Er was wereldwijd een breed gedragen gevoel dat de ontwikkeling van onze aarde niet duurzaam was. Als huidige en toekomstige generaties ook nog van onze welvaart en welzijn wilden genieten dan was een ommekeer nodig. Een ommekeer die ervoor zou zorgen dat welvaart en welzijn voor mensen duurzaam gegarandeerd kon worden. En voilà, daar was de term 'duurzame ontwikkeling'; "Sustainable development is development that meets the needs of the present without compromising the ability of future generations to meet their own needs."
Opvallend aan deze visie op duurzame ontwikkeling is dat het woord milieu er niet in voorkomt. Het groene imago is pas in latere jaren aan het begrip gaan kleven. Eigenlijk is duurzame ontwikkeling een begrip waarin het welzijn van mensen centraal staat, nu èn in de toekomst. Wellicht ligt daar ook de verklaring voor de pukkeltjes die veel mensen anno nu bij het horen van het begrip duurzame ontwikkeling krijgen. Waar is de mens gebleven in al dat groene gedoe? Waar pas ik in dat plaatje behalve dat ik van alles niet meer mag?
De commissie Brundtland had een voorspellende blik. Hun rapport kreeg de titel 'Our Common Future' en daarin staat het 'wij' centraal. In de inleiding geven ze direct al een scherpe waarschuwing; "...there were those that wanted its considerations to be limited to "environmental isseus" only. This would have been a great mistake." (Our Common Future, blz 6-7) In een tijd met veel onzekerheden wilde de commissie mensen weer perspectief en vertrouwen in de toekomst geven: een toekomst zonder milieurampen, honger en conflicten zodat mensen weer in het heden durven te leven en plannen maken.