maandag 21 januari 2019

Parallelle en seriële transitie


Wat regelmatig in debatten over transities naar de klimaatneutrale samenleving opduikt zijn vragen over de geclaimde milieuwinsten. De omschakeling naar elektrisch rijden of de inzet van warmtepompen zou veel minder of zelfs slechter voor het milieu zijn dan geclaimd. Voor het bouwen van windmolens is nog steeds staal uit cokes (een soort steenkool) gestookte hoogovens nodig en voor een duurzame chocolade melkreep met noten heb je duurzame cacao én duurzame melk én duurzame hazelnoten nodig.

Behalve de vraag wat dan het alternatief is (doorgaan met gebruik fossiele energie? geen repen met duurzame cacoa kopen?), speelt hier een catch22 of kip-ei probleem mee: het dilemma van de parallelle transitie. In plaats van één transitie om te komen tot een klimaatneutrale samenleving gaat het namelijk om meerdere, kleine en grote transities die nodig zijn om het einddoel van volledig fossiel vrij te halen. Ook voor de chocoladereep heb je meerdere transities nodig. Als we bijvoorbeeld alleen windmolens kunnen bouwen met staal dat zonder hoogovens is geproduceerd dan zullen we nooit een windmolen kunnen bouwen. Zolang er vervolgens geen windmolens zijn kunnen we alleen staal produceren met cokes omdat er geen duurzame energie beschikbaar is. De enige oplossing is om de verschillende transitiepaden niet ná elkaar (serieel) maar náást elkaar te laten lopen (parallel). Door de complexiteit en onvergelijkbaarheid van de verschillende transitiepaden zullen ze nooit keurig gelijk op kunnen lopen. Er zullen altijd net iets meer of net iets minder elektrische auto’s zijn dan de benodigde duurzame energie waar ze op rijden. Maar uiteindelijk zullen ze in de toekomst ergens bij elkaar uitkomen. Dat is voor het klimaat altijd nog een betere optie dan doorgaan met benzine auto’s produceren tot het moment dat we voldoende duurzaam opgewekte elektra uit wind en zon hebben en dán pas de overstap maken naar elektrisch rijden.     

Geen opmerkingen:

Een reactie posten